Gezichtsveld

Gezichtsveldonderzoek met de Humphrey Field Analayzer (centraal)

Het gezichtsveldonderzoek wordt uitgevoerd om eventuele defecten in het gezichtsveld op te sporen of ook om de evolutie van bestaande defecten op te volgen.

Het is een moeilijke test waarbij de uiterste concentratie van de patiënt wordt gevraagd. Het gezichtsveld wordt eerst aan het rechter oog gedaan, nadien aan het linker oog.

De patiënt zit voor een halve bol met één oog afgedekt en moet een knopje vasthouden. Hij moet dan rechtuit kijken naar een oranje lichtpunt in het midden van de koepel. Op verschillende plaatsen in de koepel worden achtereenvolgens lichtjes geprojecteerd. Een ingebouwde computer bepaalt de plaats, de volgorde en de sterkte van de lichtjes. Zodra de patiënt het lichtje ziet moet hij op de knop drukken. De computer registreert dan welk lichtje is waargenomen en bij welke lichtsterkte.

Gaandeweg wordt het volledige gezichtsveld onderzocht.

De computer registreert ook wanneer de patiënt niet goed blijft fixeren naar het oranje lichtpunt. Zo kan de dokter de betrouwbaarheid van de test beoordelen. Het onderzoek duurt over het algemeen niet langer dan 5 minuten per oog.

Afwijkende gezichtsvelden

Er zijn veel aandoeningen die tot afwijkingen van het gezichtsveld leiden. De vorm van het gezichtsveld is meestal kenmerkend voor een aandoening.

De meest voorkomende indicaties voor een gezichtsveldonderzoek:

  • Glaucoom en de evolutie van glaucoom
  • Neurologische aandoeningen
  • Afwijkingen van de oogzenuw
  • Een onverklaarbaar laag gezichtsvermogen

Voorbeelden

Normaal gezichtsveld

Normaal gezichtsveld

Gezichtsveld met glaucoom

Gezichtsveld met glaucoom

Gezichtsveld na herseninfarct

Gezichtsveld na herseninfarct

Gezichtsveldonderzoek met de Goldmann (perifeer)

Dit gezichtsveldonderzoek wordt uitgevoerd om eventuele defecten in het perifeer gezichtsveld op te sporen of ook om de evolutie van bestaande defecten op te volgen.

Het gezichtsveld wordt eerst aan het rechter oog gedaan, nadien aan het linker oog.

De patiënt zit voor een halve bol met één oog afgedekt en moet een knopje vasthouden. Hij moet dan rechtuit kijken naar een lichtpunt in het midden van de koepel.

De onderzoeker kiest een bepaalde grootte en sterkte van het lichtje. Hij zal dan handmatig het lichtje van de buitenzijde van de koepel naar de binnenzijde verplaatsen. Zodra de patiënt het lichtje ziet moet hij op de knop drukken. De onderzoeker duidt deze punten aan en zal zo gaandeweg het gezichtsveld onderzoeken. Hij zal ook controleren of de patiënt goed blijft fixeren naar het fixatiepunt.

De meest voorkomende indicaties voor een perifeer gezichtsveldonderzoek:

  • Neurologische aandoeningen
  • Afwijkingen van de oogzenuw
  • Een onverklaarbaar laag gezichtsvermogen

Voorbeelden